Zorg ervoor dat je boter zacht is. Haal het van tevoren uit de koelkast om op kamertemperatuur te komen.
Klop in een grote kom de zachte boter en suiker met een elektrische mixer tot het mengsel licht van kleur, luchtig en romig is.
Voeg de eieren en het vanillepoeder toe aan het botermengsel en mix opnieuw tot alles goed gemengd is.
Zeef in een aparte kom de bloem, het bakpoeder en een snufje zout door elkaar.
Voeg geleidelijk de droge ingrediënten toe aan het botermengsel en mix tot een glad deeg ontstaat.
Keer het deeg om op een licht bebloemd werkvlak en kneed kort tot het glad is. Als het te plakkerig aanvoelt, bestrooi dan met een beetje extra bloem.
Rol het deeg uit met een deegroller, licht bestrooid met bloem om plakken te voorkomen. Streef naar een dikte van ongeveer 3-4 mm.
Steek de koekjes uit met je favoriete uitsteekvormpjes en leg ze op een bakplaat bekleed met bakpapier.