Meng in een grote mengkom de 300 g bloem en 1/2 tl zout.
Maak een kuiltje in het midden en breek de 3 grote eieren erin.
Voeg geleidelijk 100 ml water toe terwijl je de eieren met een houten lepel door de bloem roert tot je een dik, plakkerig deeg krijgt.
Klop het deeg krachtig met een houten lepel tot er belletjes ontstaan. Dit duurt ongeveer 5-8 min.
Het deeg moet elastisch en glad zijn, maar niet te vloeibaar.
Breng een grote pan met gezouten water aan de kook.
Plaats een spätzlepers of een vergiet met grote gaten boven de pan.
Duw het deeg met een spatel of lepel door de gaten, zodat kleine stukjes in het kokende water vallen.
Als de Spätzle naar boven drijven (na ongeveer 2-3 min), zijn ze gaar.
Gebruik een schuimspaan om ze over te brengen naar een kom met koud water om het kookproces te stoppen.
Laat de Spätzle goed uitlekken en verhit 1 el boter in een grote koekenpan.
Voeg de Spätzle toe en bak ze tot ze licht goudbruin en licht knapperig zijn aan de randen.